10 november 2012



Ongeveer de helft van de Belgen oordeelt dat de aankoop van een tweede verblijf meer belast moet worden dan een gezinswoning. En dat leningen voor een tweede stek geen fiscaal voordeel meer mogen opleveren. Maar ook nu worden uw gezinswoning en ander vastgoed al verschillend behandeld.
 
De jarenlange stijging van de vastgoedprijzen in ons land eist haar tol. 47 procent van de Belgen geeft aan dat een huis kopen voor je 35ste zonder hulp van je ouders onbetaalbaar is geworden. Laat staan dat er gedacht moet worden aan een tweede verblijf. Wie zich wel een tweede uitvalsbasis kan permitteren, zou op die aankoop meer belastingen moeten betalen dan wie een gezinswoning koopt, oordeelt 51 procent van de Belgen. En 45 procent is van mening dat een lening voor een tweede verblijf geen fiscaal voordeel zou mogen opleveren. Dat blijkt uit een rondvraag bij 1.000 Belgen tussen 18 en 65 jaar, representatief voor de Belgische bevolking. Maar hoe wordt een tweede verblijf belast? En welk fiscaal voordeel levert een lening op?
Elk vastgoed wordt jaarlijks belast via de onroerende voorheffing. Die wordt berekend op basis van het kadastraal inkomen (ki), een geschatte nettohuuropbrengst, van de grond en/of het pand. Voor de berekening van de onroerende voorheffing wordt geen onderscheid gemaakt tussen een eigen woning, een tweede verblijf of een verhuurd vastgoed. Een aantal verminderingen is voorbehouden voor de gezinswoning. Voorbeelden zijn de vermindering voor gezinnen met twee kinderen, een gehandicapte persoon of voor een bescheiden woning.

Maar met het betalen van de onroerende voorheffing is de kous niet af. Bent u eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van vastgoed? Dan moet u mogelijk de inkomsten van uw vastgoed nog eens opnemen in uw belastingaangifte en kan het een tweede keer belast worden. ‘Het netto-inkomen van onroerend goed, dus na aftrek van intresten ter financiering van de aankoop, wordt in dat geval bij uw andere inkomsten geteld en daardoor belast tegen uw hoogste belastingtarief’, zegt Bart Lombaerts van PwC Tax Consultants. Dat tarief kan oplopen tot 50 procent plus gemeentebelastingen. Voor de personenbelasting wordt wel een onderscheid gemaakt tussen uw gezinswoning en ander vastgoed.

Radio2
Tijdens de ‘week van het geld’ bespreekt Nadine Bollen, chef Netto, elke dag op Radio2 samen met Inspecteur Decaluwé een geldtopic. Beluister hier de uitzending over belastingen.

Of u uw gezinswoning, dus uw hoofdverblijfplaats, moet opnemen in uw belastingaangifte hangt af van het feit of er nog een lening loopt ter financiering van die woning en onder welk fiscaal regime die valt. Hebt u geen lening meer of hebt u een lening die initieel na 2005 werd aangegaan? Dan moet u uw gezinswoning niet opnemen in uw belastingaangifte. Elk jaar opnieuw wordt gecontroleerd of u nog in de woning woont. Is dat niet meer het geval, dan moet u behoudens specifieke uitzonderingen de woning wel aangeven, ook al valt uw lening onder de woonbonus.
Valt uw lening onder het ‘oude’ fiscale regime, dan moet u het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen opnemen in uw aangifte. Leningen onder het oude systeem zijn voornamelijk leningen afgesloten voor 1 januari 2005 of een herfinanciering van dergelijke leningen. ‘De aangifte van het kadastraal inkomen staat niet automatisch synoniem voor extra belasting, boven op de onroerende voorheffing’, zegt Philip Maertens van PwC Tax Consultants. ‘In de praktijk is er meestal geen extra belasting omdat er nog een (beperkte) vrijstelling bestaat voor gezinswoningen, de zogenaamde woningaftrek. Integendeel zelfs, indien u nog intresten van leningen voor de financiering van de woning kan inbrengen, kunt u door de aangifte van het ki de betaalde onroerende voorheffing deels terugbetaald krijgen.’

Huurinkomsten
De vrijstelling van aangifte is enkel voor uw voornaamste gezinswoning. Als u twee woningen heeft en effectief in beide woningen woont, kunt u kiezen welke woning u als voornaamste gezinswoning aanmerkt. ‘Bij een gelijktijdige bewoning vraagt u best vrijstelling voor de woning met het hoogste ki’, zegt Lombaerts.
Wat als u een tweede verblijf heeft dat u sporadisch gebruikt of als u vastgoed verhuurt? Als u de woning niet verhuurt of de huurder een natuurlijk persoon is die de woning uitsluitend voor privédoeleinden gebruikt, dan volstaat het om het niet-geïndexeerde ki aan te geven. U betaalt dan belastingen op het geïndexeerde ki, verhoogd met 40 procent.

Gebruikt de huurder de woning of het appartement voor beroepsdoeleinden of is de huurder een rechtspersoon (bijvoorbeeld vennootschap)? Dan wordt u wél belast op de werkelijk ontvangen nettohuurinkomsten. In uw belastingaangifte moet u niet alleen het niet-geïndexeerde ki opnemen, maar ook de ontvangen brutohuur. Die omvat naast de huurprijs ook de huurvoordelen. Dat zijn kosten die normaal ten laste zijn van de eigenaar maar aan de huurder worden doorgerekend, zoals de onroerende voorheffing, verzekeringspremies of bepaalde onderhouds- of herstellingskosten. Toch wordt niet het volledige bedrag aan huurinkomsten belast. De fiscus trekt forfaitair 40 procent kosten (met een maximum van twee derde van het gerevaloriseerd ki) van de brutohuur af. Het belastbaar bedrag van de nettohuur en de huurvoordelen mag echter nooit lager zijn dan het geïndexeerd ki verhoogd met 40 procent.

Bron:
http://www.tijd.be/dossier/wvhg_belastingen/Tweede_verblijf_wordt_zwaarder_belast_dan_uw_gezinswoning.9258000-7070.art?itm_campaign=feedblocknetto


Twitter Facebook Google-plus

VRAAG NU UW SCHATTING!

Denkt u eraan uw woning of grond te verkopen, maar zou u graag eerst een idee hebben van de waarde? Vul dan het contactformulier in en onze vastgoedexpert zal vrijblijvend bij u langskomen voor een uitgebreide waardebepaling.

Contacteer mij voor schatting

Vragen?

Indien je een vraag hebt, klik dan op onderstaande knop. Dan kan je een formulier invullen waarna wij spoedig contact met je opnemen.

Stel je vraag