16 april 2013

De blijvende daling van de obligatierente is geen goed nieuws voor spaarders, wel voor wie enkele jaren geleden koos voor een hypothecaire lening met variabele rente.

VOORBEELD
De heer en mevrouw Peeters gingen in 2010 een lening aan met een beginrente van 2,5%. Hun rentevoet wordt elk jaar in de maand juni herzien. Hun contract voorziet in een 'cap' van 2%, zowel naar boven als naar beneden.

Scenario bij een sterke rentestijging:
·beginrente: 2,5%
·herziening 1: 3,5 % maximum (limiet van 1% stijging opgelegd door de wet)
·herziening 2: 4,5% maximum (limiet van 1% stijging opgelegd door de wet)
·herziening 3: ook al blijft de marktrente stijgen, door de cap van 2% kan de rente nooit hoger worden dan 4,5% (2,5 + 2)

Scenario bij een rentedaling
·beginrente: 2,5%
·herziening 1: 2,3 %
·herziening 2: 2%
·herziening 3: 1,9%
·Enzovoort.

Opgepast: de rente kan niet onder 0,5% zakken. Het contract voorziet immers in een bodem van 2% naar beneden.

De meeste specialisten hadden geanticipeerd op een lichte stijging van de obligatierente in 2013, maar voorlopig zien we daar nog niet veel van. Tijdens de eerste vier maanden van het jaar zette de dalende tendens door. Deze week daalde de Belgische langetermijnrente (de OLO op 10 jaar, die als referentie dient) voor het eerst in haar geschiedenis onder 2 procent.

Dat is slecht nieuws voor spaarders, die het perspectief van een hogere rente op hun spaarboekje zien verdwijnen. Het is ook niet meteen goed nieuws voor wie een woonkrediet wil afsluiten. Want de banken profiteren van de lagere marktrente om hun winstmarge op hypothecaire kredieten op te krikken om zo hun kapitaalbasis te versterken. Wie al een lening heeft en overweegt die te herfinancieren, zal na een bezoekje aan zijn bank dan ook merken dat hij van een kale reis terugkomt. Maar toch kan een bepaalde groep kredietnemers zich in de handen wrijven: wie enige tijd geleden een hypothecaire lening met variabele rente afgesloten heeft en rond deze tijd toe is aan zijn periodieke renteherziening. Zij kunnen, net als de twee vorige jaren, opnieuw een verlaging verwachten van hun rente (en van hun maandelijkse aflossing). Hoe gaat dat in zijn werk?

Hoe berekent de bank uw nieuwe rente?
Bij elke herziening zal de bank zich baseren op drie zaken om uw nieuwe rentevoet te berekenen: uw beginrente, de referentie-index op het moment waarop u uw lening bent aangegaan, en de nieuwe referentie-index op het moment van de herziening van uw rentevoet.

Het is dus de evolutie van die index die uw nieuwe rentevoet bepaalt. Die referentie-index, de referte-index genaamd, wordt elke maand in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd en wordt berekend door het Rekenhof. Er bestaan tien verschillende versies van die index, die elke maand evolueren in functie van de obligatierente over verschillende periodes. De toegepaste index staat vermeld op het officiële tarievenblad dat u krijgt van uw bank wanneer u uw lening afsluit. Bekijk uw contract om te weten welke index de berekening van uw rentevoet bepaalt.

Nieuwe rentevoet = oude rentevoet + (nieuwe referte-index - aanvangsreferte-index)

Stel: u hebt een beginrente van 2,5 procent, uw referte-index was 0,5 procent bij het begin van uw lening en is nu 0,2 procent. Uw nieuwe rentevoet zal dan 2,2 procent bedragen. Dat is het resultaat van de volgende berekening: 2,5 + (0,2 - 0,5).

Staat er een limiet op de verlaging van mijn rente?
Net zoals uw rentevoet aan de bovenkant begrensd is (we spreken hierbij over een 'cap'), is die ook begrensd aan de onderkant.

We kunnen ons inderdaad moeilijk voorstellen dat de rentevoet negatief wordt en dat de bank u zal willen betalen om u geld te lenen: ook al bent u zonder twijfel een lener van het niveau 'triple A', zo onmisbaar bent u nu ook niet!

Het 'cap'-niveau ligt vast in uw contract. Maar de bank kan u niet om het even wat voorstellen. De wet legt twee zaken op :
1. De ' cap' naar boven mag niet groter zijn dan de ' cap' naar beneden. Het is dus verboden om een rentevoet voor te stellen die maximaal 2 procent kan stijgen, maar die maar met maximaal 1 procent kan dalen.
2. Als de eerste herzieningsperiode minder dan drie jaar bedraagt, mag uw rentevoet niet met meer dan 1 procent stijgen bij de eerste twee herzieningen.

Kan de referte-index negatief worden?
Ook al is dat in de praktijk heel weinig waarschijnlijk, in theorie weerhoudt niets die index ervan om negatief te worden. En gelukkig maar. Want als hij niet onder nul zou kunnen gaan, zouden de mensen die een lening met een variabele rente hadden afgesloten niet meer kunnen profiteren van de rentedaling op de markten zodra de referentie-index op nul zou staan.

Even terug naar ons voorbeeld van een variabele rente van 2,5 procent. Als de referentie-index op nul komt op het moment van uw herziening, zal de nieuwe rentevoet dalen tot 2 procent (2,5 + (0 - 0,5). Als de daling op de obligatiemarkten doorzet, moet de referentie-index dus negatief kunnen worden om uw rente naar beneden te kunnen aanpassen.

De daling van de Belgische marktrente is dus duidelijk goed nieuws voor wie een hypothecair krediet met een variabele rente ondertekend heeft. Maar van het historisch lage niveau dat die rente vandaag bereikt heeft, moeten we ook geen wonderen verwachten: de marge voor een verdere rentedaling is niet zo groot en u zult uiteraard altijd uw kapitaal moeten terugbetalen.

Bron:
http://www.tijd.be/r/t/1/id/9329168


Twitter Facebook Google-plus

VRAAG NU UW SCHATTING!

Denkt u eraan uw woning of grond te verkopen, maar zou u graag eerst een idee hebben van de waarde? Vul dan het contactformulier in en onze vastgoedexpert zal vrijblijvend bij u langskomen voor een uitgebreide waardebepaling.

Contacteer mij voor schatting

Vragen?

Indien je een vraag hebt, klik dan op onderstaande knop. Dan kan je een formulier invullen waarna wij spoedig contact met je opnemen.

Stel je vraag