1 maart 2014

Eind december werd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het nieuwe stelsel van stedenbouwkundige lasten van kracht. Wat houdt dat in? Julien Lecler, advocaat bij Loyens & Loeff, geeft antwoord.

Op 21 december 2013 werd het besluit van 26 september 2013 over de stedenbouwkundige lasten bij stedenbouwkundige vergunningen van kracht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De vastgoedsector keek al een tijd reikhalzend uit naar die tekst. Sinds 2009 kon de overheid vrij beslissen of ze al dan niet stedenbouwkundige lasten oplegde, maar ze moest zich wel aan het evenredigheidsbeginsel houden. Vastgoedontwikkelaars moesten daardoor altijd rekening houden met een onbekende factor bij het ramen van de financiële kosten van hun vastgoedprojecten.

Voortaan is de manoeuvreerruimte van de overheid beperkter. Vastgoedontwikkelaars weten dus opnieuw vooraf op welke vastgoedprojecten stedenbouwkundige lasten worden geheven. Die lasten zijn bedoeld om de nefaste gevolgen van een project op de overheidsfinanciën (voorzieningen, wegennet, scholen) te compenseren. Ze moeten overeenstemmen met werkzaamheden voor “de realisatie, de verbouwing of de renovatie van openbare ruimten, voorzieningen en gebouwen, van het wegennet en de groene ruimten” of die van omkaderde woningen en conventionele woningen (woningen die aan bepaalde voorwaarden voldoen en enkel worden toegekend aan gezinnen met een beperkt inkomen). De lasten kunnen ook de vorm van een geldsom aannemen, bestemd om de genoemde werken te realiseren, die de overheid dan vermeldt in de stedenbouwkundige vergunning.

In bepaalde gevallen moet de overheid altijd stedenbouwkundige lasten heffen. Dat is het geval wanneer ze vergunningen toekent voor de bouw, de uitbreiding of de bestemmingswijziging voor bepaalde activiteiten. Wie een ruimte bouwt of verbouwt om immateriële goederen te maken of wie een commerciële parkeergarage met meer dan 24 plaatsen onder handen neemt, moet bijvoorbeeld stedenbouwkundige lasten betalen.

Groothandelszaken met een vloeroppervlakte van meer dan 2000 vierkante meter, hotels met meer dan twintig kamers of huisvesting met een vloeroppervlakte van meer dan 1000 vierkante meter vallen ook onder die categorie. De lasten variëren van 50 à 65 euro per vierkante meter voor huisvesting tot 125 à 200 euro per vierkante meter voor kantoren en gebouwen voor de vervaardiging van immateriële goederen. Bovendien kan de overheid, net zoals vroeger, nog altijd stedenbouwkundige lasten opleggen bij de uitreiking van een stedenbouwkundige vergunning voor een ander type project.

Er zijn ook vastgoedprojecten die zijn vrijgesteld van stedenbouwkundige lasten. Dat is het geval voor conventionele of omkaderde woningen. Die laatste zijn woningen die door of voor een openbare vastgoedoperator of een sociaal verhuurkantoor worden verhuurd, gekocht of gebouwd. Ook voor een groene ruimtes, overstapparkeerterreinen, sociale voorzieningen en voorzieningen voor onderwijs, sport of erkende erediensten zijn er geen verplichte stedenbouwkundige lasten.

Bron:
Nieuwsbrief Bizz By Mail


Twitter Facebook Google-plus

VRAAG NU UW SCHATTING!

Denkt u eraan uw woning of grond te verkopen, maar zou u graag eerst een idee hebben van de waarde? Vul dan het contactformulier in en onze vastgoedexpert zal vrijblijvend bij u langskomen voor een uitgebreide waardebepaling.

Contacteer mij voor schatting

Vragen?

Indien je een vraag hebt, klik dan op onderstaande knop. Dan kan je een formulier invullen waarna wij spoedig contact met je opnemen.

Stel je vraag