24 juli 2015

De steun voor nieuwe zonnepanelen is afgeschaft, maar een modale installatie vergt ook geen zware initiële investering meer. En het rendement blijft overeind. Als u overweegt nu toch nog panelen te leggen, moet u eens diverse offertes naast elkaar leggen. Die vertonen vaak grote verschillen. Waarop moet u letten?

Wie nu zonnepanelen plaatst, krijgt geen groenestroomcertificaten meer: de Vlaamse regering heeft de knoop doorgehakt en de steun, die al danig verlaagd was, volledig geschrapt. Omdat het niet meer nodig is. De prijzen van de panelen zijn danig gedaald en de gratis stroom die ze opbrengen, compenseert enigszins de investering. Toegegeven, de tijden zijn voorbij dat de investering (toen nog ondersteund met certificaten) in een jaar of zeven, of zelfs sneller, was terugverdiend. Tegenwoordig gaat het veeleer over een terugverdientijd van tien tot twaalf jaar. Maar daarna volgen nog jaren met gratis stroom.

Een andere reden om voor zonnepanelen te kiezen, is vaak dat het de goedkoopste oplossing is om bij nieuwbouw aan de steeds strengere eisen voor het energieverbruik van de woning te voldoen.

Wat ook de reden is waarom u de stap doet, de kans is groot dat u enkele offertes krijgt die moeilijk vergeleken kunnen worden. Waar kunnen verschillen zitten?

1. Iets duurdere of goedkopere panelen?
De ene installateur stelt u monokristallijne panelen voor, de andere spreekt van polykristallijne. De zwarte monokristallijne zien er volgens de meeste mensen mooier uit dan de blauwe polykristallijne, maar het verschil reikt verder dan dat.

De technologie van beide is sterk gelijkend: telkens zit het paneel tjokvol siliciumkristallen. Alleen worden die kristallen al dan niet bewerkt en mooi in dezelfde richting geplaatst. Bij polykristallijne wordt dat niet meer gedaan, waardoor ze goedkoper zijn. Mono- kristallijne kregen wel die bijkomende bewerking, wat ze duurder maakt, maar ze ook een wat hoger vermogen geeft. Met name in direct zonlicht, liefst op zuidgerichte daken, leidt dit tot een iets hogere opbrengst. Het verschil is echter niet danig groot.

De terugverdientijd is normaal gesproken wat langer bij monokristallijne panelen door hun hogere kostprijs. Wel zijn deze compacter voor eenzelfde vermogen. Dat kan een argument zijn als de beschikbare ruimte beperkt is.

Bij particulieren ligt meestal één van deze klassieke types. Daarnaast bestaat er dunne film, die goedkoper uitvalt maar in veel omstandigheden een lagere efficiëntie heeft. Dunne film heeft wel het voordeel beter te presteren bij zwak licht of hoge temperaturen. Een nieuwkomer bij de dunne film zijn de CIS-panelen (koper, indium en selenide), die wel een hoger rendement halen maar tot nader order fors duurder uitvallen. Ze kunnen een oplossing zijn als u geen mogelijkheid hebt om een installatie voldoende zuidgericht te plaatsen.

2. Meer dan één omvormer?
Als uw installateur u vraagt of u de panelen in serie geschakeld wil, of op elk paneel een micro-omvormer, beklaagt u zich allicht dat u niet beter hebt opgelet op school.

We gaan de lessen fysica niet herhalen. Wat u moet weten, is dat een serieschakeling min of meer werkt als een tuinslang: als die op één punt platgedrukt wordt, komt er aan het eind weinig water uit. Idem voor uw panelen: werkt er eentje ondermaats, dan drukt dat de opbrengst van de rest.

‘Je kan dat ten dele opvangen door de panelen in groepjes samen te brengen. Is er een probleem met één paneel, dan remt dat enkel de opbrengst van dat (seriegeschakelde) groepje af. Daarvoor hoef je nog niet met meerdere omvormers te werken, normaal gezien kan één omvormer de input van enkele groepjes ontvangen’, vertelt Jérôme Crotteux, zonne-energiespecialist bij het studiebureau 3E. De omvormer is nodig om de spanning die is gevormd op uw dak om te zetten naar de 230 volt die u binnen kan gebruiken.

Een drastischere oplossing is op elk paneel aan de achterzijde een micro-omvormer te zetten. Zo kan elk paneel ongehinderd presteren, en kunt u dat voor elk apart volgen. De omvormers zijn echter vrij duur, en er ligt dan meer - iets kwetsbaardere - elektronica in weer en wind buiten op uw dak.

‘Het kan aangewezen zijn als sommige panelen meer schaduw krijgen, of als ze niet allemaal hetzelfde georiënteerd zijn’, zegt Crotteux. ‘Liggen ze echter mooi op een rij in de zon, dan zijn micro-omvormers eigenlijk niet nodig. Een oud argument is dat er veel variatie kon zitten op het vermogen per paneel, maar de productieprocessen zijn zodanig verbeterd dat de panelen nu veel gelijkmatiger zijn van kwaliteit.’

3. 25 jaar rendement
Als een installateur uitpakt uit met een rendementsgarantie van 25 jaar, is die dan beter? ‘Alle fabrikanten geven zulke garantie op de panelen’, verduidelijkt Jo Neyens van de sectorfederatie PV Vlaanderen. ‘En de ervaring met installaties die intussen 20, 25, zelfs 30 jaar oud zijn, leert dat dat heel realistisch is. Normaal wordt vooropgesteld dat het rendement na 10 jaar nog minstens 90 procent bedraagt, en na 25 jaar nog 80 of 85 procent. Dat is voorzichtig, de meeste panelen blijven daar ruim boven.

Aantonen dat het rendement van uw panelen te snel daalt, is echter niet vanzelfsprekend. ‘In principe moet u ze naar een labo brengen voor een ‘flashtest’ met een kunstzon. Dat is onpraktisch en erg duur’, zegt Neyens. Zelf monitoren is een eerste stap, maar aangezien het weer veranderlijk is, is het moeilijk conclusies te trekken. ‘Er zijn wel fora waar gebruikers hun gegevens delen, en waar u bijvoorbeeld kan zien dat iedereen 10 procent minder haalt dan vorig jaar, terwijl het bij u 20 procent minder is’, vertelt Neyens. ‘Onze Waalse collega’s van Apere zetten ook de gegevens van een referentiepark online. Zo hebt u een goed aanknopingspunt.’

25 jaar is erg lang, weinig sectoren werken met zulke lange garantieperiode. Is de fabrikant er nog wel, over 25 jaar? ‘Dat is inderdaad een probleem’, geeft Neyens toe. ‘Bij sommige fabrikanten is er wel meer zekerheid doordat de langetermijngaranties door een verzekeraar worden overgenomen.’ ‘Die verzekeraars doen een strenge financiële en productionele audit vooraleer ze dat risico overnemen’, vult Crotteux aan. ‘Fabrikanten pakken er dan ook graag mee uit als ze door een verzekeraar geaccepteerd zijn. U kunt daarnaar vragen bij uw installateur.’

3E doet zelf plaatsbezoeken bij fabrikanten en beslist in zowat 30 procent van de gevallen de panelen af te raden bij zijn klanten. ‘En de afkomst maakt weinig uit: er zijn goede en slechte Chinese producten, maar ook goede en slechte Europese.’ Dat klinkt niet geruststellend. ‘U kunt het risico verkleinen door met een (door Quest) gelabelde installateur te werken, die verplicht is panelen te testen. Maar ook aan een andere installateur kunt u vragen of hij zijn panelen heeft getest. Bij grote groepsaankopen wordt vaak een studiebureau ingeschakeld om dat mee op te volgen. Het goede nieuws is: met goede panelen zit u echt voor makkelijk 25 jaar goed.’

‘Laat u niet te veel wijsmaken over onderhoud’, voegt Neyens nog toe. ‘Het regent bij ons voldoende. Wel zal de omvormer na 10 à 12 jaar vervangen moeten worden. Dat kost 20 cent per watt, dus 800 euro voor een installatie van 4 kW.’

4. U wordt prosument
Een laatste punt om in de gaten te houden: neemt de installateur het prosumententarief mee in de berekening van de terugverdientijd? Prosument is een samentrekking van ‘producerende consument’. Het prosumententarief is een netvergoeding die alle eigenaars van zonnepanelen sinds 1 juli moeten betalen. Ze loopt snel op tot 200 à 300 euro per jaar. Dat scheelt enkele jaren in de terugverdientijd. Wantrouw een verkoper die het effect van deze vergoeding onder de mat veegt.

Hogere premie woningverzekering?
Een installatie van enkele duizenden euro’s op uw dak, dat verhoogt de waarde van uw huis. Of dat ook tot een hogere premie voor uw woningverzekering leidt, is afhankelijk van uw verzekeraar en het soort contract.

AXA en Belfius geven aan dat dit normaliter niet tot een premieverhoging zal leiden. Wel is het aan te raden de plaatsing aan uw verzekeraar te melden.

Bij KBC worden fotovoltaïsche zonnepanelen (dus niet die voor zonneboilers) tegenwoordig wel meegerekend bij de evaluatie van het gebouw. Ter indicatie geeft KBC enkele voorbeelden. Voor een alleenstaande woning met drie slaapkamers, woonkamer (43 m2), keuken, berging en garage is de bijpremie 26,41 euro. Voor een rijhuis met twee slaapkamers, woonkamer plus open keuken (35 m2), badkamer en garage wordt dat 16,14 euro.

Bij AG Insurance hangt het ervan af hoe uw woning verzekerd is: is er een bepaalde waarde verzekerd, dan overweegt u best die waarde te verhogen, met de bijbehorende lichte premieverhoging. Op de verzekerde waarde zit wel een marge, maar als u die waarde niet laat aanpassen, soupeert u die marge grotendeels op voor de zonnepanelen en rest geen marge om pakweg de verhoogde waarde van uw gerenoveerde badkamer te dekken.

Is uw premie niet vastgelegd op basis van een bepaald bedrag maar van een beschrijving van de woning (aantal kamers, graad van afwerking, enzovoort), dan leidt de toevoeging van zonnepanelen bij AG Insurance niet tot een bijpremie.

Bron:
Netto technologie elektriciteit zonnepanelen offertes


Twitter Facebook Google-plus

VRAAG NU UW SCHATTING!

Denkt u eraan uw woning of grond te verkopen, maar zou u graag eerst een idee hebben van de waarde? Vul dan het contactformulier in en onze vastgoedexpert zal vrijblijvend bij u langskomen voor een uitgebreide waardebepaling.

Contacteer mij voor schatting

Vragen?

Indien je een vraag hebt, klik dan op onderstaande knop. Dan kan je een formulier invullen waarna wij spoedig contact met je opnemen.

Stel je vraag