12 januari 2017

Bij het bouwen kan er heel wat verkeerd lopen, dus ook bij het isoleren van een dak. Daarom wijzen we je hieronder op de 5 te vermijden fouten bij de plaatsing van dakisolatie.

1. Luchtspouw tussen isolatie en onderdak
Het is een misvatting dat er tussen de isolatie en het onderdak een ruimte open moet blijven voor ventilatie. Hoe meer buitenlucht (meestal koud en vochtig) er bij de constructie kan, hoe groter het risico op condensatie, en dus op vochtproblemen. Het volledig opvullen van de ruimte tussen onderdak en lucht- en dampscherm is daarom de beste oplossing. Niet alleen vanuit thermisch, maar ook vanuit akoestisch oogpunt.

2. Te weinig isolatie Je kan nooit te veel isoleren. En het is niet zo dat een dikke laag isolatie schimmel veroorzaakt. Het tegendeel is waar. Schimmel en condensatie ontstaan precies op die plaatsen waar de isolatie ontbreekt of niet is geplaatst volgens de regels van de kunst.

Als je werkt met minerale wollen zijn isolatiedikten tussen 12 en 20 cm aan te raden. Het komt eigenlijk hier op neer: isoleer met de bekende materialen van vandaag (waarvan de goede werking bewezen is), volgens de normen van overmorgen. Zo investeer je op lange termijn in je woning. Wanneer de hoogte van de draagstructuur (de kepers) onvoldoende isolatiedikte toelaat, kan je een tweede laag isolatie aanbrengen tussen een houten lattenstructuur die je haaks op het bestaande keperwerk kunt bevestigen.

3. Niet lucht- en dampdicht
Een geïsoleerd hellend dak moet lucht- én dampdicht zijn. Een gebrekkige lucht- en dampdichtheid verhogen de kans op inwendige condensatie en kunnen tocht veroorzaken. Hierdoor kan het energieverbruik ten gevolge van ongecontroleerde ventilatie toenemen.

Gipskartonplaten mogen dan wel voldoende luchtdicht zijn, maar laten nog heel wat damp door. Bij niet-luchtdichte isolatieplaten, vb. naakte glaswolplaten, is het bijgevolg noodzakelijk een dampremmende folie (vb. polyethyleenfolie van 0.2 mm) aan te brengen om aan bovengenoemde eisen te voldoen. Dit dampscherm moet steeds aan de warme zijde (de onderzijde) geplaatst worden. Bij de traditionele spijkerflensdekens fungeert de blinkende bekleding als dampremmende laag.

4. Onderbreking van het isolatiemateriaal en het dampscherm
De isolatiemantel en het dampscherm mogen nergens onderbroken worden. Vergeet daarom niet heel nauwgezet de voegen af te kleven. Elektrische leidingen plaats je in de ruimte tussen de binnenafwerking en de dampremmende folie zodat deze nergens doorboord moet worden. Omwille van dezelfde reden zijn inbouwspots in een geïsoleerd dak af te raden, tenminste als je hiervoor de isolatiemantel en het dampscherm moet doorbreken.

**5. Te smalle isolatiedekens..
Wanneer je voor de isolatie van een hellend dak met gelijke keperafstanden gebruik maakt van spijkerflensdekens, kies dan dekens die 1 à 2 cm breder zijn dan de afstand tussen de kepers. Het is belangrijk dat de isolatie aansluit tegen de volledige breedte van de keper.

Zeer belangrijk: het vastnieten van de flenzen of de dampremmende folie gebeurt onderaan het hout, niet tegen de zijkant!

Voor onregelmatige dakstructuren wordt meestal gebruik gemaakt van isolatiematerialen die je zelf op maat snijdt en nadien afwerkt met een dampremmende folie. In dat geval moet je er ook voor zorgen dat er geen opening blijft tussen de kepers en het isolatieproduct. Bij minerale wollen moeten de dekens dus ook 1 à 2 cm breder zijn dan de eigenlijke afstand tussen de kepers.

Bron:
Livios.be


Twitter Facebook Google-plus

VRAAG NU UW SCHATTING!

Denkt u eraan uw woning of grond te verkopen, maar zou u graag eerst een idee hebben van de waarde? Vul dan het contactformulier in en onze vastgoedexpert zal vrijblijvend bij u langskomen voor een uitgebreide waardebepaling.

Contacteer mij voor schatting

Vragen?

Indien je een vraag hebt, klik dan op onderstaande knop. Dan kan je een formulier invullen waarna wij spoedig contact met je opnemen.

Stel je vraag