6 juni 2015

Het aangeven van onroerende inkomsten uit gebouwen of grond wordt, tegen de algemene trend in, eenvoudiger: het vak III van de onroerende inkomsten telt dit jaar liefst 15 codes minder.

Waarom kon de administratie een rist codes schrappen? Vooral omdat ze de vrijstelling van aangifte van het inkomen van de eigen woning heeft doorgetrokken naar woningen waarop een lening loopt van vóór 2005. Tot vorig jaar moest het kadastraal inkomen van de eigen woning in veel gevallen al niet meer worden aangegeven: als er geen hypothecaire lening (meer) liep of als de lening voor de woning die u met uw gezin betrekt ná 2005 was aangegaan. Was de lening voor die woning echter vóór 2005 afgesloten en gaf ze recht op de oude fiscale voordelen, dan moest het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen (ki) van de gezinswoning wel nog worden opgenomen in de aangifte.

Dat laatste verandert voor de aangifte die u dit jaar invult. Ook wie een woning betrekt waarvoor al vóór 2005 een lening werd afgesloten, hoeft het kadastraal inkomen niet langer aan te geven in vak III. De vrijstellingsregeling voor het aangeven van de eigen woning wordt dus veralgemeend vanaf het inkomstenjaar 2014.

Overigens blijft de vrijstelling om het kadastraal inkomen van uw eigen woning aan te geven wél geldig als u die woning wegens sociale of beroepsredenen niet kunt bewonen - bijvoorbeeld als u een appartement huurt omdat de verplaatsing naar uw werkplek te belastend is. Let wel, per gezin kan er maar één woning de ‘gezinswoning’ zijn en dus de vrijstellingsregeling genieten.

Van welke onroerende goederen moet u wél nog het kadastraal inkomen aangeven in vak III?

Elk onroerend goed dat u privé in eigendom hebt en dat niet uw gezinswoning is.

  1. Goederen die u voor uw beroep gebruikt (en op persoonlijke titel bezit). Als u een onroerend goed gemengd gebruikt - deels privé, deels voor uw beroep - moet u alleen het gedeelte van het ki opnemen dat betrekking heeft op het professioneel gebruikte gedeelte van de woning. Dat geeft u aan bij code 1105/2105 - afhankelijk van wie van beide partners het voor zijn of haar beroep gebruikt.

  2. Gebouwen die niet uw gezinswoning zijn en die u niet verhuurt - bijvoorbeeld uw appartement aan zee dat u uitsluitend zelf gebruikt. Idem voor gronden, materieel en outillering (het machinepark): code 1106/2106 en 1107/2107.

  3. Gebouwen die u wel verhuurt, maar uitsluitend als woonst. U kunt zelf aan een natuurlijke persoon verhuren die het pand niet voor zijn of haar beroep gebruikt, of u kunt aan andere rechtspersonen dan vennootschappen verhuren die ze dan aan natuurlijke personen ter beschikking stellen als woning: code 1106/2106.

Idem voor de verhuur van gronden, materieel en outillering aan natuurlijke personen die ze niet voor hun beroep gebruiken - bijvoorbeeld een weide waar iemand zijn hobbypaard kan stallen: code 1107/2107.

  1. Onroerend goed dat u volgens de pachtwetgeving verhuurt voor land- of tuinbouw: code 1108/2108.

  2. Onroerend goed dat u in andere omstandigheden verhuurt - meestal gaat het om verhuur voor professioneel gebruik: daarvan moet u zowel het ki als de brutohuur invullen: codes 1109 tot 1116/2109 tot 2116.

Bron:
Netto


Twitter Facebook Google-plus

VRAAG NU UW SCHATTING!

Denkt u eraan uw woning of grond te verkopen, maar zou u graag eerst een idee hebben van de waarde? Vul dan het contactformulier in en onze vastgoedexpert zal vrijblijvend bij u langskomen voor een uitgebreide waardebepaling.

Contacteer mij voor schatting

Vragen?

Indien je een vraag hebt, klik dan op onderstaande knop. Dan kan je een formulier invullen waarna wij spoedig contact met je opnemen.

Stel je vraag